The way we met

Inspiratie: een gesprek opgevangen in de lift en The way we met

Haar prins kwam met een grote gasbarbecue. Het was de eerste keer dat Lies een wedstrijd won.

Het was een barbecue van een bekend merk, een mooi ding. Het gedroomde tuinattribuut van de papperige vijftiger die de schijn van het fanatieke sporten hoog hield, maar dan af en toe wel een steakske had verdiend. Hij die niet van plan was daarvoor een uur op kolen te staan blazen. Hij die door zijn gasten gezien wilde worden. Die in zijn blote, diepbruine bast de worsten stond om te draaien. Of zijn barbecue dan door kolen of gas werd aangedreven zou hem – nu ja – worst wezen.

Lees verder

Dorpskind. (Vers #4)

Op 23 juni 2016 mocht ik met m’n mede-Topklassers onze verhalenbundel ‘Vers’ voorstellen aan een handjevol geïnteresseerden in de centrale bibliotheek van Rotterdam. Daarin lees je mijn kortverhaal ‘Dorpskind’. Verder ontdek je in de bundel het werk van nog zes schrijvers en twee dichteressen. Benieuwd? Koop ‘Vers’ voor een tientje – zoals die Hollanders dat zeggen – bij Donner op de Coolsingel. Voor Belgische familie en vrienden breng ik er graag eentje mee. Stuur me gewoon een mailtje als je er eentje wilt! Hier lees je alvast een voorproefje, dat ik ook heb voorgelezen aan het publiek tijdens de voorstelling.

Lees verder

Zonder trommels en trompetten.

Inspiratie: een mopje van mijn papa, een tuinfeest en die ziekte die overal is of lijkt te zijn.

I

“Wat denk je dat er na de dood is?”

De gesprekken stokken. Verstomde blikken en gespitste oren richten zich naar Maud en Mieke, terwijl zinnen mompelend worden afgemaakt. “Dat heeft niemand me ooit gevraagd,”. Miekes ogen staan wazig. Ze kijkt de kamer rond en ziet hoe haar familie en vrienden krampachtig in gesprek blijven. Eén mondhoek gaat omhoog. Ze neemt een slok wijn.

Lees verder

Een bergmeertje

Fietsend tussen de velden zing ik luidop mee, mijn hoofdtelefoon op mijn oren. Vals, zoals dat in films gebeurt en altijd grappig is. Het is niet grappig. Ik zing van “miserryyy”. Dat heb ik nog nooit gedaan. Om de bocht wandelt een man met een hond. Een belachelijk kleine hond. En lelijk, nota bene. Hij kijkt en knikt, de man, en ik lach hem breed toe, met de tranen hoog in mijn ogen. Het kan me geen barst schelen dat hij mijn valse, gebroken stem heeft gehoord achter de bomen. Hij was misschien bang dat hij overvallen zou worden door een wilde gek. Ik hoop dat hij bang was. En opgelucht toen hij die verwaaide griet om de hoek zag komen waaien.

Lees verder

Daar ben je

De ochtend was te kort. Het was al na tienen toen je wakker werd. Je veranderde driemaal van outfit. Je hebt je haar in verschillende kapsels willen wrikken. Het hangt nu los, je wrijft de gebleekte lokken onhandig achter je oren. De middenscheiding die je als kind haatte, is vandaag je handelsmerk. Je lipstick, bordeauxrood, heb je in twee lagen aangebracht. Die gaat nergens heen. Niet naar de korst van een broodje, de rand van een glas. Niet naar mannenlippen.

Lees verder

Feest der letters, dans der woorden.

Het feest der letters ging van start en de letters druppelden binnen. ‘Het zijn er toch maar zesentwintig?’ denk je, maar het zijn er zoveel meer. Elk heeft zijn eigenheid. Zijn er dan niet meerdere Sara’s op de wereld? En kruisten al niet meerdere Tom’en jouw pad? De kans is groot dat jouw vader net als de mijne Dirk heet, of Marc, Luc of Jos. En je mama Ria of Marleen of Lieve. Allen zijn zij anders, dat hoef ik je niet te vertellen.

Lees verder

In een leven.

Ana is twaalf en droomt maar van één ding: Lode. Een kameraad van haar drie jaar oudere broer. Vijftien is hij en onmogelijk. Vijftien, mooi, stoer en onmogelijk.

Ana is vijftien en droomt nu eens van Pieter, dan eens van Laurens, dan weer van Michiel.. Oh, en soms nog eens van Lode. Ze kwam hem tegen op haar eerste fuifje. Hij was vriendelijk, ze praatten een beetje en Ana zweefde naar huis.

Lees verder