“Ik ben Ron,”

Hij zegt het heel zachtjes, maar ik hoor het toch, terwijl ik op zoek ben naar de schappen met chips en toastjes. Zit elke Albert Heijn niet precies hetzelfde in elkaar? Het ligt vast aan mij.

Hij heet Ron en heeft zijn telefoon tegen zijn ene en zijn linker wijsvinger tegen zijn andere oor gedrukt. Zijn schouders lichtjes opgetrokken, zijn korte benen bij elkaar in een soort pinguïnpas. Ron draagt een ronde bril en moet gisteren nog naar de kapper zijn geweest. Een type dat de sollicitatieruimte amper heeft betreden of hij is al aangenomen, zoveel degelijkheid straalt hij uit. Niet zo ambitieus dat hij ellebogenwerk gaan verrichten, maar wel iemand die doet wat van hem wordt verwacht én beter, en die bij de borrel op vrijdagmiddag nooit voor gênante momenten zorgt. Saai is hij niet, hij heeft humor, soms zelf praatjes, en een aanstekelijke lach.

Lees verder “Ik ben Ron,”

Blinkende plekjes

I.

Ik moet mijn ogen open houden. Zittend in mijn favoriete stoel kijk ik de kamer rond. Van de lege, witte muur naar de boekenkast waar de ruggen van mijn boeken diagonaal tegen elkaar aangeleund staan. In de ontstane leegtes huizen geesten van science fiction-figuren uit verhalen die ik nooit heb gelezen. In de straat rijdt maar af en toe een auto langs. Nu en dan hoor ik een schreeuw in de verte. Fietsers op weg naar huis in het holst van de nacht. Het enige lampje dat ik heb aangestoken danst als een wilde vlek voor mijn ogen.

Ik moet mijn ogen open houden, concentreer me op mijn ademhaling. Doe ik dat niet, dan tuimel ik met een razende snelheid het luchtledige in. Maak ik ontelbare buitelingen en ruist een oorverdovend gekletter in mijn oren. Voor de zekerheid heb ik een emmer naast me neergezet. Ik ben zo moe, maar ik moet mijn ogen open houden.

Lees verder Blinkende plekjes

Illustrator

Soms zou ik willen dat ik illustrator was zodat ik alles kon tekenen wat ik zag, want tekeningen zijn zo prettig en mensen vaak erg tekengeniek.

Dan tekende ik de kleine vrouw die de metro aan zich voorbij laat gaan, want pas de volgende zal haar helemaal naar Schiedam brengen. Het metrostel zoeft weg in zijn felle kleuren, maar zij zit daar in zwart-wit op een ongemakkelijk ijzeren bankje tegen de vale tegelmuur. Ze draagt zwartgeverfde haren en een witte pet, zo een die open is vanboven (ze had een Japanse kunnen zijn, maar dat is ze niet) en kan niet met haar voeten bij de grond. Met de tenen naar beneden zwieren haar benen zachtjes heen en weer boven de grijze, in kauwgom gehulde tegels van het perron. Niet het ongeduldig schommelen van kinderbeentjes, maar een rustig wegstervende beweging.

Lees verder Illustrator

Kamerplanten

Op 25 december 2018 gepubliceerd op Vers Beton. De illustratie is van Lisa van Vliet.

“A.. allo?” Haar stem kraakt twijfelachtig door de luidspreker. “Ja.. ja.” De deur zoemt open.

Hoewel ze perfect weet hoe de parlofoon te gebruiken, doet ze het met een aan afkeer grenzende onzekerheid. Net zo blijft haar gsm meestal eenzaam in zijn lader staan, met de namen van haar dochters veilig achter de grote knoppen geïnstalleerd. Wanneer oma er het hare van denkt, hoort of ziet ze niets.

Lees verder

Sneeuw

Vroeger was sneeuw een evenement. We openden ‘s avonds de gordijnen en trokken de rolluiken op. Er was niets te zien tot we het licht in de tuin ontstaken. Dan dansten duizenden fluorescerende vlokken voor onze ogen. Wij gingen de hele avond in de zetel zitten om door het raam te staren. De tv bleef uit en wij telden vlokken die zich samenvoegden tot wat de volgende dag ons speelterrein zou zijn. Op de één of andere manier sneeuwde het altijd in de nacht van zaterdag op zondag.

Lees verder

Alles van waarde is weerloos

I.

In oma’s mondhoek bungelde een drup zwarte chocolade. Met haar vals gebit vermaalde ze het ene na het andere paaseitje tot een drek warme chocopasta die ze met zichtbaar genoegen doorslikte.
‘De pure zijn de beste,’ zei ze, en ze graaide opnieuw naar het schaaltje blauw verpakte eitjes dat midden op de salontafel stond.
‘Dat wist ik nog.’ zei ik. Het was zo’n vijf maanden geleden dat ik haar gezien had en dat speet me.

Lees verder

Brief aan Lotte

Dag lieve Lotte,

Ik zag je vanmiddag staan op het marktplein van de stad waar ik ben opgegroeid. Je was op stap met de jeugdbeweging waar ik ook lid van was. Je hebt het naar je zin daar. Dat hoorde ik onlangs van je moeder. Het is zover gekomen dat ik met moeders praat. Ik herinner me hoe irritant ik het vroeger vond wanneer mijn moeder in de stad op een kennis botste. Ze kletsten honderduit en ik verveelde me stierlijk. Je kent dat wel. De geschiedenis herhaalt zich als een film zonder eind, alleen de acteurs wisselen en enkel de eerste take telt. Toen ik je daar zag staan met je blozende wangen, had ik zin om naar je toe te lopen en als een regisseur in je oor te fluisteren dat je dat moment vast moest houden.

Lees verder