Noordeloos

Niemand keek nog op van de ladder die in het midden van de stad stond. Hij was diepbruin, van het beste hout gemaakt en het was een raadsel in welke eeuw hij er was geplaatst. Deze slanke ladder glom als nieuw en leunde in een hoek van tachtig graden op de bleke stenen van het marktplein. Sinds mensenheugenis was hij geen halve millimeter verschoven. De ladder moest wel ontelbaar veel sporten hebben, want hij reikte hoger dan je met het blote oog kon zien. Verrekijkers boden geen soelaas en zelfs met telescopen was het onmogelijk uit te maken waar hij tegenaan leunde.

Lees verder

31 maart 2012

Estou num daqueles dias em que nunca tive futuro. Há só um presente imóvel com um muro de angústia em torno. A margem de lá do rio nunca, enquanto é a de lá, é a de cá, e é esta a razão intima de todo o meu sofrimento. Há barcos para muitos portos, mas nenhum para a vida não doer, nem há desembarque onde se esqueça. Tudo isto aconteceu há muito tempo, mas a minha mágoa é mais antiga.

Lees verder

Henk Stallinga – Lumens
@ Art Rotterdam 2018, Van Nelle Fabriek

Sneeuw

Vroeger was sneeuw een evenement. We openden ‘s avonds de gordijnen en trokken de rolluiken op. Er was niets te zien tot we het licht in de tuin ontstaken. Dan dansten duizenden fluorescerende vlokken voor onze ogen. Wij gingen de hele avond in de zetel zitten om door het raam te staren. De tv bleef uit en wij telden vlokken die zich samenvoegden tot wat de volgende dag ons speelterrein zou zijn. Op de één of andere manier sneeuwde het altijd in de nacht van zaterdag op zondag.

Lees verder

Hoe het zit

Ik was 6 toen ik een dagboek begon. Het boekje in kwestie had een foto van een paard op voor- en achterzijde en een slotje, want dagboeken zijn supergeheim. Er kwamen hele verhalen in over ruzies met mijn broer en zus. Daarna volgden de eerste kalverliefdes. In een schriftje zonder slotje schreef ik verhaaltjes over de meest gekke onderwerpen.

Lees verder

Wat is dat? vroeg hij
en legde zijn vinger op mijn hart

Dat noemen ze pijn, zei ik
maar het is niet erg

Wat is pijn? was zijn vraag
Is het allesomvattend?
Kun je niets meer?
Wil je enkel slapen?

Ik weet het niet, zei ik
het is maar een woord,
een plekje op mijn hart
het is een verlangen naar vroeger,
een vorm van heimwee
of nostalgie

Is dat niet mooi dan?

Een jongen viel uit de lucht
op het hoofd van een meisje

Ze huilde van pijn
Hij verzorgde haar

Grapte, ik ben de regen
zij, jij bent de vloedgolf
een fonkel in haar ogen

Ze liet hem de stad zien
Hij zei niet dat hij ze al kende
de markt, het park
zijn voetsporen waren nog vers