February

Het was op twee februari dat iemand werd gevraagd naar z’n rare onhebbelijkheden en ik kon niet meteen bedenken wat ik op die vraag zou antwoorden, maar later schoot het me te binnen: ik haat bisnummers. Waar iedereen op hoopt, ik verfoei het. Ik mag nog zo hebben uitgekeken naar een concert en verzot zijn op een artiest en nog zo hard naar dat ene nummer hebben uitgekeken (de reden dat ik ondanks mijn irritatie toch blijf staan tijdens de bisronde), het idee is idioot. Speel alles of speel het niet. Punt. Ga niet doen alsof je van plan was om te stoppen terwijl de bisnummer gewoon netjes op de speellijst staan. Ik ga toch ook niet weg om me in de deuropening om te draaien en nog één gespreksonderwerp af te haspelen?

Nu ja, niet opzettelijk dan toch.

Lees verder

January stories

Het is twee januari en Kerstbomen staan er misplaatst bij. De lichtjes twijfelen waarvoor zij nog fonkelen nu december voorbij is. De straat is haast leeg om negen uur ‘s ochtends, terwijl enkele winkels geruisloos hun deuren openen. Achter de ramen bewegen mensenschimmen in het vale licht, het hoofd lichtjes gebogen, onzeker, alsof zij twijfelen aan het nieuwe jaar en of het nu echt begonnen is. Wat moeten we ermee? De acht werd een negen en de maand versprong zoals zij dat twaalf keer per jaar doet. Al eeuwenlang. En generaties blijven de vorige tegelijk vervloeken en eren, terwijl zij voor de volgende hun hart vasthouden.

Lees verder

Writer’s Guide On Stage

Op zaterdagavond 2 februari 2019 las ik een stukje voor uit de roman waaraan ik werk. We waren bij BIRD. Er was publiek. En discoballen en een sambaband.

Kamerplanten

Op 25 december 2018 gepubliceerd op Vers Beton. De illustratie is van Lisa van Vliet.

“A.. allo?” Haar stem kraakt twijfelachtig door de luidspreker. “Ja.. ja.” De deur zoemt open.

Hoewel ze perfect weet hoe de parlofoon te gebruiken, doet ze het met een aan afkeer grenzende onzekerheid. Net zo blijft haar gsm meestal eenzaam in zijn lader staan, met de namen van haar dochters veilig achter de grote knoppen geïnstalleerd. Wanneer oma er het hare van denkt, hoort of ziet ze niets.

Lees verder

Noordeloos

Niemand keek nog op van de ladder die in het midden van de stad stond. Hij was diepbruin, van het beste hout gemaakt en het was een raadsel in welke eeuw hij er was geplaatst. Deze slanke ladder glom als nieuw en leunde in een hoek van tachtig graden op de bleke stenen van het marktplein. Sinds mensenheugenis was hij geen halve millimeter verschoven. De ladder moest wel ontelbaar veel sporten hebben, want hij reikte hoger dan je met het blote oog kon zien. Verrekijkers boden geen soelaas en zelfs met telescopen was het onmogelijk uit te maken waar hij tegenaan leunde.

Lees verder

31 maart 2012

Estou num daqueles dias em que nunca tive futuro. Há só um presente imóvel com um muro de angústia em torno. A margem de lá do rio nunca, enquanto é a de lá, é a de cá, e é esta a razão intima de todo o meu sofrimento. Há barcos para muitos portos, mas nenhum para a vida não doer, nem há desembarque onde se esqueça. Tudo isto aconteceu há muito tempo, mas a minha mágoa é mais antiga.

Lees verder

Henk Stallinga – Lumens
@ Art Rotterdam 2018, Van Nelle Fabriek

Sneeuw

Vroeger was sneeuw een evenement. We openden ‘s avonds de gordijnen en trokken de rolluiken op. Er was niets te zien tot we het licht in de tuin ontstaken. Dan dansten duizenden fluorescerende vlokken voor onze ogen. Wij gingen de hele avond in de zetel zitten om door het raam te staren. De tv bleef uit en wij telden vlokken die zich samenvoegden tot wat de volgende dag ons speelterrein zou zijn. Op de één of andere manier sneeuwde het altijd in de nacht van zaterdag op zondag.

Lees verder

Hoe het zit

Ik was 6 toen ik een dagboek begon. Het boekje in kwestie had een foto van een paard op voor- en achterzijde en een slotje, want dagboeken zijn supergeheim. Er kwamen hele verhalen in over ruzies met mijn broer en zus. Daarna volgden de eerste kalverliefdes. In een schriftje zonder slotje schreef ik verhaaltjes over de meest gekke onderwerpen.

Lees verder

Wat is dat? vroeg hij
en legde zijn vinger op mijn hart

Dat noemen ze pijn, zei ik
maar het is niet erg

Wat is pijn? was zijn vraag
Is het allesomvattend?
Kun je niets meer?
Wil je enkel slapen?

Ik weet het niet, zei ik
het is maar een woord,
een plekje op mijn hart
het is een verlangen naar vroeger,
een vorm van heimwee
of nostalgie

Is dat niet mooi dan?