Hoe het zit

Ik was 6 toen ik een dagboek begon. Het boekje in kwestie had een foto van een paard op voor- en achterzijde en een slotje, want dagboeken zijn supergeheim. Er kwamen hele verhalen in over ruzies met mijn broer en zus. Daarna volgden de eerste kalverliefdes. In een schriftje zonder slotje schreef ik verhaaltjes over de meest gekke onderwerpen.

Lees verder

Wat is dat? vroeg hij
en legde zijn vinger op mijn hart

Dat noemen ze pijn, zei ik
maar het is niet erg

Wat is pijn? was zijn vraag
Is het allesomvattend?
Kun je niets meer?
Wil je enkel slapen?

Ik weet het niet, zei ik
het is maar een woord,
een plekje op mijn hart
het is een verlangen naar vroeger,
een vorm van heimwee
of nostalgie

Is dat niet mooi dan?

Een jongen viel uit de lucht
op het hoofd van een meisje

Ze huilde van pijn
Hij verzorgde haar

Grapte, ik ben de regen
zij, jij bent de vloedgolf
een fonkel in haar ogen

Ze liet hem de stad zien
Hij zei niet dat hij ze al kende
de markt, het park
zijn voetsporen waren nog vers

Bloemen Met Waterlanders

Boos koop ik bloemen
Bloemen voor mijn broer
Bloemen die ik verdoem
En wil gooien tegen de muur
Ik wil schreeuwen dat het klote is
Hoe ik mijn broer mis
Dat ik verdomme geen bloemen kopen wil
Bloemen zijn zo stil

Alles van waarde is weerloos

I.

In oma’s mondhoek bungelde een drup zwarte chocolade. Met haar vals gebit vermaalde ze het ene na het andere paaseitje tot een drek warme chocopasta die ze met zichtbaar genoegen doorslikte.
‘De pure zijn de beste,’ zei ze, en ze graaide opnieuw naar het schaaltje blauw verpakte eitjes dat midden op de salontafel stond.
‘Dat wist ik nog.’ zei ik. Het was zo’n vijf maanden geleden dat ik haar gezien had en dat speet me.

Lees verder

Brief aan Lotte

Dag lieve Lotte,

Ik zag je vanmiddag staan op het marktplein van de stad waar ik ben opgegroeid. Je was op stap met de jeugdbeweging waar ik ook lid van was. Je hebt het naar je zin daar. Dat hoorde ik onlangs van je moeder. Het is zover gekomen dat ik met moeders praat. Ik herinner me hoe irritant ik het vroeger vond wanneer mijn moeder in de stad op een kennis botste. Ze kletsten honderduit en ik verveelde me stierlijk. Je kent dat wel. De geschiedenis herhaalt zich als een film zonder eind, alleen de acteurs wisselen en enkel de eerste take telt. Toen ik je daar zag staan met je blozende wangen, had ik zin om naar je toe te lopen en als een regisseur in je oor te fluisteren dat je dat moment vast moest houden.

Lees verder

Histoire d’amour

Ik las dit artikel in The New York Times en keek naar Night train to Lisbon. 

Ze heette Lissa met dubbele ‘s’ en we ontmoetten elkaar toen we een semester in Parijs studeerden. Waar kan een liefdesverhaal beter starten? “Lissa, je bent wel bon”, zei ik. Al klopt dat niet. Elle était bonne, parce qu’elle était une femme, une fille, maar ik kon het woordgrapje niet laten liggen. Ik was niet de eerste. Wel de eerste die haar daadwerkelijk meenam naar Lissabon.

Want ja, Lissa, zij was wel bon.

Lees verder