Bloemen Met Waterlanders

Boos koop ik bloemen
Bloemen voor mijn broer
Bloemen die ik verdoem
En wil gooien tegen de muur
Ik wil schreeuwen dat het klote is
Hoe ik mijn broer mis
Dat ik verdomme geen bloemen kopen wil
Bloemen zijn zo stil

Alles van waarde is weerloos

I.

In oma’s mondhoek bungelde een drup zwarte chocolade. Met haar vals gebit vermaalde ze het ene na het andere paaseitje tot een drek warme chocopasta die ze met zichtbaar genoegen doorslikte.
‘De pure zijn de beste,’ zei ze, en ze graaide opnieuw naar het schaaltje blauw verpakte eitjes dat midden op de salontafel stond.
‘Dat wist ik nog.’ zei ik. Het was zo’n vijf maanden geleden dat ik haar gezien had en dat speet me.

Lees verder

Brief aan Lotte

Dag lieve Lotte,

Ik zag je vanmiddag staan op het marktplein van de stad waar ik ben opgegroeid. Je was op stap met de jeugdbeweging waar ik ook lid van was. Je hebt het naar je zin daar. Dat hoorde ik onlangs van je moeder. Het is zover gekomen dat ik met moeders praat. Ik herinner me hoe irritant ik het vroeger vond wanneer mijn moeder in de stad op een kennis botste. Ze kletsten honderduit en ik verveelde me stierlijk. Je kent dat wel. De geschiedenis herhaalt zich als een film zonder eind, alleen de acteurs wisselen en enkel de eerste take telt. Toen ik je daar zag staan met je blozende wangen, had ik zin om naar je toe te lopen en als een regisseur in je oor te fluisteren dat je dat moment vast moest houden.

Lees verder

Histoire d’amour

Ik las dit artikel in The New York Times en keek naar Night train to Lisbon. 

Ze heette Lissa met dubbele ‘s’ en we ontmoetten elkaar toen we een semester in Parijs studeerden. Waar kan een liefdesverhaal beter starten? “Lissa, je bent wel bon”, zei ik. Al klopt dat niet. Elle était bonne, parce qu’elle était une femme, une fille, maar ik kon het woordgrapje niet laten liggen. Ik was niet de eerste. Wel de eerste die haar daadwerkelijk meenam naar Lissabon.

Want ja, Lissa, zij was wel bon.

Lees verder

Agatha

Een koningin was er niets tegen. Gezeten in haar fluweelrode troon aanschouwde Agatha het wonderbaarlijke schouwspel van dansende lichamen. Handen wuifden in haar richting. Haar bevende handen wuifden zachtjes terug. Een glimlach krulde zich om de smalle lippen waarop ze zorgvuldig een laagje lichtroze lippenstift had aangebracht, zoals ze dat elke dag deed. Jong en oud had zich op de dansvloer verzameld. En die vloer, die kraakte. Die vloer, die boog zich gewillig onder de schuifelende driekwartsmaat van een trage Kerstwals.

Lees verder

De tekening (What if)

Rein reikte naar het blad waarop de inkt nog zachtjes bezig was zich te vermengen met de potloodlijnen tot een geheel waarin de twee nauwelijks van elkaar te onderscheiden zouden zijn. Tenzij schuin gehouden in het zonlicht; dan zou de potloodlijn licht glinsteren en de ink mat zwart zijn. Zo werd het moeilijk in te schatten welke lijn bovenop de andere lag.

Lees verder

In Parijs

Het was op de laatste zonovergoten zondag van het najaar dat ik in Parijs arriveerde. Je kon de eerste bladeren al geel zien kleuren. Ik had graag eerst wat door de straten gekuierd. Me de stad eigen gemaakt, maar ik zou op maandag meteen op de universiteit starten.

Lees verder