24

Eén maand is nu voorbij gegaan, traag en snel tegelijk. Alles lijkt nog alsof het gisteren was en toch worden we verplicht om door te gaan met ons leven. Men zegt dat wie naar het verleden kijkt met zijn rug naar de toekomst staat. Ik heb dat altijd een vreemde boutade gevonden.

Volgens deze levenswijsheid moeten we ons gezicht richten op de toekomst en het verleden de rug toekeren opdat we vooruit zouden gaan in het leven. Praktisch gezien begrijp ik de redenering wel: het verleden ligt, qua tijd, achter je. Het is voorbij. Kijk niet te veel om je schouder en klamp je niet aan dat verleden vast want dan zeul je slechts extra last mee. Kijk voor je uit – blik op de toekomst – en ga ervoor.

Is het echter niet logisch dat we ons gezicht op het verleden richten aangezien we enkel van het verleden weten hoe het eruit ziet? En is de toekomst dus logischerwijze niet een blinde vlek waar we slechts naar kunnen gissen omdat we er niet naar kunnen kijken? Oké: de toekomst die achter je ligt, het klinkt onlogisch, maar beschouwd vanuit het zien, is het toch zo?

Ik kijk over mijn schouder en zie een toekomst zonder broer, en daar stoppen de zekerheden. Wanneer ik voor me uit staar, zie ik herinneringen opduiken. Dit denken aan het verleden maakt me op dit moment ook niet altijd vrolijker, maar in het verleden zie ik hem tenminste nog terug.

Volge wie volgen kan. Ik ga zowaar de levensbeschouwelijke toer op.

Ja, ’t was al een rare maand en het zal er niet plots eenvoudiger op worden. Die vreemde gevoelens zullen blijven. Missen, vragen stellen, missen, heel hard missen en  je ergeren aan mensen die denken hun eigen verhalen te moeten verzinnen..

Wat ik precies met mijn blog moet aanvangen is me niet echt duidelijk. Blijf ik over Maarten schrijven? Dat is me soms te persoonlijk. Dat hoeft niet iedereen te lezen. Mijn hoofd is echter zo vol van hem dat er nu (nog) geen andere teksten uit voortkomen.

En oh, Gers had me weer ferm te pakken.

We missen je. En ik hoop dat het daar boven beter is.

Gers.

Een vrijdagavond, een van vele. We hebben opgewarmd wat mama heeft klaargemaakt en zitten naast elkaar aan de ronde keukentafel. Maarten zonder gsm (want iPhone mag je niet zeggen) dat bestaat niet. We kijken filmpjes of luisteren liedjes. In periodes waren het eigenlijk steeds dezelfde. En dat is waarom Gers Pardoel nu voor eeuwig aan jou gelinkt zal blijven. Je luistert echter nooit naar de klassieke radio-versies maar zoekt live-versies of speciallekes. Zoals deze met de vrouwenstem van Monique Smit. Ik luister nooit meer naar de oude versie, denk ik.. En ja, ik neem je mee, ik neem je mee op reis. Naar overal, voor altijd in mijn hoofd en hart.

Waar we over praten, doet er niet al te veel toe. Het gevoelige onderwerp verpest de sfeer, daar zoek ik andere momenten voor uit maar veelal antwoord je toch niet. We zeveren, lachen en laten boeren om ter luidst, wat niet mag als mama thuis is. De fles limonade en de pot mayonaise staan onmisbaar op het tafelblad. Straks ga jij naar de staf en ik heb met de vriendinnen afgesproken. We treffen elkaar in den Okapi wel weer. Of op Heirbrug als er een fuifje is, dan drinken we samen een pint. Morgenvroeg (lees: morgenmiddag) moet ik tien pogingen doen om je uit je bed te krijgen. Broerken toch.

Ik loop verloren in ons huis. Ik voel me raar in den Okapi. Wat zal het zijn als ik je de volgende keer geen sms’je “Heirbrug?” kan sturen?

Ik neem je mee, maar ik ben nergens zonder jou.

Wat een nacht, wat een maan
En we zien alle sterren staan
Waar ben jij?

De dag dat wereld en pen stilvielen

Het is nu één week geleden dat mijn wereld abrupt stil viel. En geloof me, ze gaat wel terug draaien. Binnenkort misschien al. Heel traagjes om te beginnen. Met mijn lieve, kleine broer altijd in gedachten.

Maarten, manneken, weet jij wat je op de been hebt gebracht?
Verdikke 830 man was er voor jou!

Ik had mijn blog veel liever met andere dingen gevuld.  Binnenkort zouden de teksten hier wel eens vaak een zeer herkenbaar onderwerp kunnen hebben, ik zie wel.

Voor wie graag wat teksten herleest of er vanmorgen niet bij kon zijn.

* * *

Vandaag is één
van die dagen
waarop ik nooit
een toekomst heb gehad.
Er is alleen
een star, roerloos
heden, omheind
door een muur
van beklemming.
Er varen schepen
naar vele havens,
maar geen enkel schip
vaart naar waar het leven
geen pijn doet, en
nergens kun je van boord
om te vergeten.

(Fernando Pessoa)

* * *

Maanlied – Kinderkankerfonds

Ik slaap op een hemelbed
Ik leef vrij, zonder één wet
De lucht is altijd blauw
Er is nooit iemand die zegt: “vlug, gauw”
Er is niemand die op mij let
En als ik nu eens uit wil gaan
Gewoon naar sterren zon en maan
Er is niemand die dat verbied
Want verbieden dat doen ze hier niet
Maar wie zou hier nu wonen, wie?
Want dit is allemaal
Fantasie.

* * *

* * *

Er zijn uren – Toon Tellegen

Er zijn uren
Zonder jou. Soms. Misschien. Het is denkbaar.
Er zijn rivieren met oevers vol boterbloemen
Zonder jou.
Er zijn wegen zonder jou. Zijwegen, ongelukken,
greppels.
Vlinders zonder jou zijn er, distels. Ontelbare.
Er is mismoedigheid zonder jou. Laksheid. Angstvalligheid.
En er gaat geen uur voorbij,
Er is nog geen uur voorbijgegaan.

* * *

Broerie,

Schrijven is mijn ding, dat weet je, maar zaterdagochtend viel – net als mijn wereld – mijn pen stil.

Ik probeerde nog even en schreef in trage letters ‘24 maart’. Ik plakte er nog een ‘e’ en een ‘n’ achter. Maart-en. Mijn hoofd zo vol van jou, maar het papier bleef leeg.

Want wat is er nog te schrijven nu? Gaat ons leven echt zomaar door? Nu we jou ’s ochtends niet meer zien verschijnen – veel te laat uit bed – gaan wij gewoon terug naar school en werk? Worden we ouder, vieren we nieuwjaar en gaan we op reis, zonder te horen hoe het jóu vergaat? Moet Florian zijn nonkel enkel van de foto’s kennen?

Waar ben je nu, Maarten? Wat dacht je tijdens je laatste momenten in dit leven? Ik stel maar vragen zonder antwoord, maar weet: het antwoord, dat ben jij. Simpelweg jij en hoe wij je kennen.

’t Is op zijn Maartens, durfden we al eens zeggen. En zo ook waren je laatste weken en dagen. Met de glimlach op je gezicht ontmoette je nog vele vrienden en familie. Je maakte nog plannen en afspraken. In feite teveel om waar te maken. Je verborg je ziel achter die mooie glimlach en zweeg veelzeggend over je gevoelens. Laat me. Laat me mijn eigen gang maar gaan.

Je ging je gang en de sporen die je achterliet zijn groot en diep. Kijk eens wie hier allemaal bij elkaar zit, Maarten. Door jou en voor jou bij elkaar gebracht. Elk hebben we onze eigen herinneringen aan jou. Voor elk van ons was je op de een of andere manier waardevol.

Je hebt je verdriet in stukjes gebroken en over ons uitgestrooid. Elk van ons zal een stukje van je verdriet voor je dragen, Maarten, zodat jij kan rusten. Want dat is wat wij altijd voor jou hebben gewenst.

Ik schrijf hier nu voor jou, zoals jij schreef aan ons: slaapwel!

* * *